Pieterburen
(water)overlast
Wederom
waren wij (mijn vrouw, ondergetekende en onze kinderen)
enige dagen te gast bij de Koningin van Pieterburen. En
het schijnt zo te moeten zijn, dat er altijd een verhaal
vastzit aan onze aanwezigheid. Dit keer een wel heel
bijzonder verhaal, al was het alleen maar omdat je in de
gastverblijven van een Koningin een dergelijk verhaal niet
snel zou verwachten. Maar dit verhaal is echt gebeurd.
Het
gebeurde op een avond in juli in 2005. Ik zou willen
schrijven een zwoele zomeravond, maar dat was het
geenszins, het regende gewoon. Nou mocht dat de pret niet
drukken want wij verbleven met enkele gasten in de
luxueuze serre. Voorzien van een hapje en een drankje
keuvelden wij gezellig de avond door. Ondertussen
hamerde de regen steeds harder tegen de ramen en wij prezen ons gelukkig dat we in het paleis
vertoefden en niet wegdreven op een camping. Hadden wij
ons maar niet zo gelukkig geprezen want kort daarna
gebeurde er iets, waarvan ook de koningin later zou
beweren dat zij dit nog nooit had meegemaakt!
Mijn
kinderen plus eega hadden reeds de slaapverblijven
opgezocht. Met een paar gasten inclusief de Koningin en
haar levensgezel ruimden wij de rommel op die we die avond
gemaakt hadden. In een hoekje van de serre hoorde ik
gedruppel. Even dacht ik mij te vergissen, tenslotte
logeerde ik in een paleis, maar alras was het geen
gedruppel meer, maar een doorlopende stroom water. Ik
raapte al mijn moed bij elkaar en maakte de Koningin
attent op dit kleine detail. Wellicht had zij ergens een
emmertje staan voor noodgevallen? Nog voordat zij goed en
wel had kunnen zien wat er aan de hand was, klonk er een
gil uit de keuken. Twee vrouwelijke gasten die even snel
de vaat wilden wegwerken, werden opgeschrikt door water
dat niet enkel in druppels, maar gewoon in een straal uit
de mooi verchroomde wasemkap naar beneden kwam. Gelijk
werden pannen op het fornuis gezet om dit water op te
vangen. Alsof dit nog niet genoeg was liepen forse stralen
water langs de binnenkant van de ramen, bovenop een
prachtige verzameling kookboeken, die ooit met zorg waren
uitgekozen.
Kort
voor dit drama zich voltrok, waren twee gasten in alle
onschuld naar de douche en toiletruimte vertrokken om zich
gereed te maken voor de nacht. Ach die arme gasten wisten
op dat moment nog van niks, maar zouden spoedig anders
ervaren.
Terwijl
de dames in huis hun best deden om het water te keren,
pijnigden de twee overgebleven heren zich hun hersens over
de vraag waar al dat water nou vandaan kwam. De
conclusie was snel getrokken: de dakgoot van het
paleis moest verstopt zijn. Meteen spoedde de levensgezel
van de Koningin zich in het hevige noodweer naar buiten,
griste een ladder uit de koninklijke stallen en klom op
het dak. Inderdaad de sterke wind voorafgaand aan het
noodweer had vele bladeren het dak op geblazen. Dit zorgde
er nu voor dat de afvoer van de dakgoot verstopt was. Met
een paar krachtige gebaren rukte hij de bladeren los en
verdween het water in een heftige kolk door de regenpijp
het riool in.
Op
datzelfde moment, spoelde een nietsvermoedende gast twee
meter verderop haar plas door. Ai ….. in plaats van een
keurig verdwijnend kolkje water kwam er in volle kracht
een enorme hoeveelheid water zowel door de toiletpot
alsmede door het douche putje omhoog. De gast geneerde
zich enorm dat een simpele druk op de spoelknop zulke
effecten had. Zij hoopte even dat met dezelfde snelheid
waarmede het water omhoog kwam het ook weer zou verdwijnen
(wellicht een modern paleiselijk systeem). Maar niets was
minder waar.
In
de serre en keuken haalden wij opgelucht adem toen de
doornatte levensgezel van de Koningin trots kwam melden
dat hij de oorzaak van de overlast had weggenomen. De
goede man stond nog niet binnen en we wilden net gaan
juichen, blij dat we het wassende water bedwongen hadden,
toen de deur openzwaaide en twee gasten met natte voeten
binnenkwamen en een overstroming in de koninklijke
toiletten kwamen melden. De paniek was in hun ogen te
lezen. En niet ten onrechte, want de toiletten lagen naast
de koninklijke kantoren. En … het water kruipt
natuurlijk waar het niet naartoe mag gaan. Toen wij de
deuren van de koninklijke kantoren openden, glansde het
parket over de volle breedte als nooit tevoren.
Tja
toen moest de koninklijke bezemkast open, alwaar een paar
werkelijk prachtige trekkers te voorschijn werden gehaald
evenals een blik met stoffer. Dat blik oorspronkelijk voor
heel andere doeleinden vervaardigt, bewees hier een enorme
dienst als waterschepper. En terwijl de een de vele
kostbare spullen op tafels en stoelen plaatste, trok de
ander de trekker over de vloer.
Saillant
detail: de Koningin weet ook van aanpakken, dat heb ik met
eigen ogen gezien. Niks commando’s geven aan de gasten.
Nee, gewoon met het volk aan de slag. Sterker nog: zij
realiseerde zich, terwijl zij met haar voeten nog in het
water stond, dat aan de overzijde van de lommerrijke laan
waar zij woont, mensen bezig waren met een verbouwing.
Daardoor was het dak nog niet van pannen voorzien. In
plaats van eerst haar eigen vloer droog te maken, toog zij
met een gast naar de overzijde in dit middernachtelijk
uur. En terwijl de regen nog van geen wijken wist, belde
zij daar aan of ze wellicht haar hulp konden gebruiken.
Kijk zo’n vrouw is de titel ‘Koningin van
Pieterburen’ waardig!
Op
het moment dat de laatste ladingen water verwijderd waren
uit het paleis, stopte de regen en werd het stil, heel
stil. Vermoeid streken we neer op een paar stoelen in de
serre, de adrenaline nog nagierend in ons lijf, maar het
werk was gedaan. Vermoeid vertrokken na enige tijd de
gasten naar hun droog gebleven slaapvertrekken.
En
de koningin ………………. Het schijnt dat zij nog
enige tijd in de weer is geweest. Waarmee vraagt u zich
wellicht af? Nou gewoon met het klaarzetten van de
ontbijttafel, want de volgende ochtend zouden er al weer
een aantal gasten vroeg uit de veren aan een wadlooptocht
beginnen.
Toevallig
moest ik vroeg in de ochtend naar het toilet en trof een
gedekte tafel en gasten die van niets wisten. Dat heb ik
maar zo gelaten. Alleen zullen ze verbaasd zijn geweest
toen ze na mij naar het toilet gingen. Want mijn plas heb
ik voor een keer maar niet doorgetrokken!
Gerard
Gerritsen
Juni
2005
|